Diensten Kennisbank Prijstools Blog FAQ Gratis offerte
Home › Blog › Inspectieprotocol EPC

Inspectieprotocol EPC: zo keurt een energiedeskundige type A je woning

Elke EPC-opmaak in Vlaanderen verloopt volgens hetzelfde bindende draaiboek van VEKA: het inspectieprotocol. Een erkend energiedeskundige type A legt uit wat er ter plaatse gecontroleerd wordt, welke bewijsstukken je label kunnen verbeteren en wat het verschil is met een EPC voor nieuwbouw.

EPC-ATTEST VEKA · Vlaanderen Voorbeeldstraat 12, 9000 Gent Rijwoning · bouwjaar 1978 · 145 m² ENERGIELABEL A B C D E F C Cert.nr 20260519-00012 · 10 jaar geldig · Energiedeskundige type A

Het resultaat van elk plaatsbezoek

Het EPC dat je na de keuring ontvangt, is de uitkomst van honderden vaste invoerregels uit het inspectieprotocol — van isolatiedikte tot het rendement van je verwarming.

Protocol sinds 1 juli 2026Bindend voor elke deskundigeVEKA

Wie een EPC laat opmaken, krijgt geen mening maar een meting. Het inspectieprotocol van VEKA schrijft tot in detail voor hoe een energiedeskundige type A elke woning moet opnemen: wat als isolatie telt, welke ruimtes meetellen, welke documenten aanvaard worden. Dit artikel is geschreven door een erkend energiedeskundige type A en toont wat er tijdens zo'n keuring precies gebeurt — en waar je als eigenaar zelf het verschil maakt.

Wat is het inspectieprotocol EPC?

Het inspectieprotocol is het bindende draaiboek van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) voor de opmaak van elk EPC van een bestaande woning. De huidige versie, het inspectieprotocol energiedeskundigen type A, geldt sinds 1 juli 2026; voorbeelden en toelichting staan sindsdien in EPC-pedia. Elke erkend energiedeskundige type A is verplicht dit protocol te volgen — het bepaalt letterlijk wat wel en niet in de berekening mag.

Het protocol is opgebouwd uit elf delen. Na de juridische inleiding volgen de regels voor het verzamelen van invoergegevens en bewijsstukken, de gegevens van de wooneenheid, het beschermd volume en de gebouwschil, en daarna de installaties: ruimteverwarming, koeling, sanitair warm water, ventilatie, zonne-energie en verlichting.

Waarom zo strikt? Omdat het EPC een objectieve vergelijking moet zijn. Twee deskundigen die dezelfde woning bezoeken, moeten met dezelfde invoerregels werken. Het protocol werkt daarom met vaste aannames — zo wordt een buitenmuur zonder gekende opbouw standaard op 30 cm dikte gezet — en met duidelijke definities: een plat dak is een schildeel met een helling tot 15 graden, daarboven spreekt het protocol van een hellend dak.

Wat controleert de energiedeskundige ter plaatse?

Tijdens het plaatsbezoek neemt de deskundige alle energetisch relevante onderdelen van de woning op. De belangrijkste blokken:

Het beschermd volume: welke ruimtes tellen mee

Eerst bepaalt de deskundige het beschermd volume via een vast stappenplan: is de ruimte direct verwarmd, is ze winddicht, is ze voldoende thermisch beschermd en heeft ze een woonfunctie zoals leefruimte, slaapkamer, badkamer of keuken? Ondersteunende ruimtes zoals een bureau of berging tellen mee als ze rechtstreeks toegankelijk zijn vanuit het beschermd volume en minstens 180 cm vrije hoogte hebben.

De gebouwschil: isolatie en beglazing

Voor daken, muren, vloeren en ramen registreert de deskundige oppervlakte, isolatie en type. Als isolerende laag telt enkel materiaal met een lambda-waarde van maximaal 0,20 W/mK, en de isolatie moet droog zitten om mee te tellen. Kan de deskundige de isolatie niet zien en is er geen ander bewijsstuk, dan is een foto verplicht als bewijs. Bij beglazing onderscheidt het protocol de hoofdtypes van enkelvoudig glas tot drievoudige beglazing, telkens met het profieltype erbij.

De installaties: verwarming, warm water, ventilatie en zonne-energie

De deskundige noteert het type verwarming (van condenserende ketel tot warmtepomp of kachel), de energiedrager, de regeling (thermostaat, thermostatische kranen, buitenvoeler) en de leidingen buiten het beschermd volume. Voor sanitair warm water gaat het om de opwekker, het voorraadvat en de leidingen; voor ventilatie om het systeem (A, B, C of D) en eventuele warmterecuperatie. Zonnepanelen en een zonneboiler worden apart opgenomen. Sfeerverwarming, zoals een open haard die niet als hoofdverwarming dient, wordt niet ingevoerd.

Detail dat vaak verbaast: voor een warmtepomp werkt het protocol met de COP — één vaste testwaarde uit het bewijsstuk (EPBD-databank, CE-markering of de technische fiche van de fabrikant), berekend als afgegeven thermisch vermogen gedeeld door opgenomen elektrisch vermogen. Een seizoensgebonden waarde zoals de SCOP gebruikt het EPC niet.

De vaste spelregels tijdens het plaatsbezoek

Het protocol legt ook de werkwijze zelf vast. Deze principes bepalen elke EPC-keuring:

  • Momentopname — de deskundige registreert de situatie op het moment van het plaatsbezoek, niet de geplande werken.
  • Visuele vaststellingen — de opname gebeurt met de ogen; destructief onderzoek is niet verplicht.
  • Bij twijfel: de minst gunstige aanname — kan iets niet aangetoond worden, dan rekent het protocol met de slechtste optie.
  • Vaststelling primeert — spreekt een document tegen wat de deskundige ter plaatse ziet, dan telt de vaststelling ter plaatse.
  • Verplicht dossier — de deskundige houdt een projectdossier bij met foto's, een schets en een ondertekende aanstiplijst; VEKA kan dit controleren.

Geen invloed op de methodiek — wél op de bewijsstukken

Veel eigenaars vragen of de deskundige "iets kan doen" aan het label. Het eerlijke antwoord: nee. De methodiek ligt vast en is voor iedereen gelijk. Waar je als eigenaar wél een groot verschil maakt, is bij de bewijsstukken. Zonder bewijs valt het protocol terug op de minst gunstige aanname; met een geldig bewijsstuk mag de deskundige de werkelijke, betere waarde invoeren.

Een bewijsstuk is geldig als het het adres, de auteur en de datum vermeldt en duidelijk aan de uitgevoerde werken te koppelen is. Aanvaarde bronnen zijn onder meer de EPBD-databank, de CE-markering, ATG-goedkeuringen en technische documentatie van fabrikanten. Concreet verzamel je best vóór het plaatsbezoek:

  • Facturen van isolatiewerken, nieuwe beglazing, ketel of warmtepomp — met vermelding van materiaal en dikte;
  • het lastenboek of de postbeschrijving van een (ver)bouwproject;
  • foto's genomen tijdens de werken, bijvoorbeeld van de isolatie vóór de afwerking dichtging;
  • technische fiches van installaties, zoals de fiche waaruit de COP van je warmtepomp blijkt.

Het verschil is niet theoretisch: een muur met 10 cm aantoonbare isolatie rekent heel anders dan dezelfde muur waarvan niets bewezen kan worden. Goede documenten leveren geregeld een beter label op — volledig binnen de regels.

EPC nieuwbouw versus bestaande woning

Het inspectieprotocol geldt voor bestaande woningen: daar komt een energiedeskundige type A ter plaatse. Voor nieuwbouw loopt het anders: het EPC volgt daar uit het EPB-dossier na de oplevering, op basis van de werkelijk geplaatste materialen en installaties die de EPB-verslaggever registreert. Er komt dus geen apart plaatsbezoek volgens het inspectieprotocol aan te pas, en ook dat EPC blijft 10 jaar geldig.

Koop je een recente woning met zo'n EPC bouw, dan hoef je pas een nieuw attest te laten opmaken wanneer het verlopen is op het moment van een nieuwe verkoop of verhuring. Voor appartementsgebouwen bestaat daarnaast een apart attest voor de gemeenschappelijke delen: het EPC gemene delen, dat de VME of syndicus aanvraagt.

Geschreven door een erkend energiedeskundige type A.

EPC-attest nodig voor je woning?

Vraag vrijblijvend een offerte aan — opgemaakt volgens het officiële inspectieprotocol, door erkende energiedeskundigen type A, overal in Vlaanderen.

Gratis offerte aanvragen
Gepubliceerd: 3 juli 2026 · Laatst bijgewerkt: 4 juli 2026 · Bron: VEKA, inspectieprotocol energiedeskundigen type A (geldig vanaf 1 juli 2026) · ← Meer blogartikels

Bronnen: EPC-pedia — Documenten energiedeskundige type A (geraadpleegd oktober 2026).

Veelgestelde vragen over het inspectieprotocol

Het inspectieprotocol is het bindende draaiboek van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) dat vastlegt hoe een erkend energiedeskundige type A een woning moet opmeten en invoeren bij de opmaak van een EPC. De huidige versie geldt sinds 1 juli 2026. Elke deskundige moet het protocol volgen, zodat twee deskundigen voor dezelfde woning met dezelfde regels werken.

Facturen van isolatie- of installatiewerken, het lastenboek, technische fiches van fabrikanten en foto's die tijdens de werken genomen zijn. Een bewijsstuk moet het adres, de auteur en de datum vermelden en duidelijk aan de uitgevoerde werken te koppelen zijn. Ook de EPBD-databank, CE-markering en ATG-goedkeuringen gelden als aanvaarde bronnen.

Nee. Het protocol is bindend: de deskundige registreert wat hij ter plaatse visueel vaststelt, en bij twijfel geldt de minst gunstige aanname. Spreekt een bewijsstuk de vaststelling ter plaatse tegen, dan primeert de vaststelling. Onderhandelen over een beter label kan dus niet — betere bewijsstukken aanleveren wel.

Ja, maar niet via het inspectieprotocol. Bij nieuwbouw volgt het EPC uit het EPB-dossier na de oplevering, zonder apart plaatsbezoek door een energiedeskundige type A. Ook dat EPC blijft 10 jaar geldig.